Behandeling Parasieten

Behandeling Parasieten 2017-10-11T11:53:39+00:00

 

Orale behandeling van Dientamoeba fragilis-infecties

Recent werden in enkele delen van ons land recepten aangeboden voor orale toediening van clioquinol. Clioquinol wordt door een aantal informatiebronnen als obsoleet beschouwd vanwege het risico op neurotoxiciteit. Inmiddels is duidelijk dat voor clioquinol een plaats is, zij het beperkt. Een reden om via het verleden de plaatsbepaling van clioquinol in het heden weer te geven.

Clioquinol is in de jaren dertig geïntroduceerd voor oraal gebruik bij amoebendysenterie.
In de jaren vijftig is de indicatie uitgebreid tot “alle met diarree gepaard gaande ziekten”.
Hieronder vielen zomerdiarree, enteritis, gistings- en rottingsdyspepsie.
Daarnaast werd het aangeprezen als profylacticum van diarree. Ondanks dat de werking
van clioquinol bij diarree niet klinisch was bewezen, werd clioquinol vanaf de jaren vijftig door een breed publiek voor deze indicatie gebruikt. Begin jaren zeventig kwamen de eerste berichten uit Japan over het voorkomen van een eigenaardig ziektebeeld, later omschreven als ‘subacute myelo-optico-neuropathy’ (SMON). De verschijnselen werden als volgt omschreven: optreden van acute of chronische buikpijn, meestal gepaard gaand met diarree. Deze verschijnselen werden gevolgd door (sub)acute neurologische verschijnselen die zich uitten in sensibiliteits- en motorische stoornissen. Gezichtsstoornissen, in enkele gevallen leidend tot totale blindheid, werden ook gemeld. De verschijnselen waren het gevolg van degeneratie van de achterstrengen van het ruggenmerg en de gezichtszenuw.
De neurotoxische verschijnselen deden zich pas voor na een totale dosis van 10-50 gram clioquinol (10000 – 50000 mg).
Bij een dagdosering van 1200 mg betekende dit dat de neurotoxische verschijnselen optreden na gemiddeld 29,4 dage.
Neurotoxische verschijnselen na een tiendaagse kuur van 750 mg clioquinol per dag zijn niet gemeld. Dit was voor de Nederlandse autoriteiten een reden om vanaf 17 juli 1972 orale clioquinol bevattende geneesmiddelen uitsluitend op recept te verstrekken.

Dientamoeba fragilis
Dientamoeba fragilis is een protozoaire darmparasiet die leeft in de crypten van de mucosa van het caecum en het colon ascendens. De meest voorkomende symptomen van een infectie met D.fragilis zijn diarree met slijm en buikpijn. Ook misselijkheid, flatulentie en moeheid zijn gerapporteerd, zij het in mindere mate. De diagnostiek van D.fragilis is moeilijk en vereist technieken die veelal niet in de routinediagnostiek worden gebruikt. Het Academisch Medisch Centrum (afdeling Medische Microbiologie) in Amsterdam is een van de centra die veel ervaring met de diagnostiek en behandeling van D.fragilis hebben.

Behandeling
Er zijn twee orale therapeutische behandelingen voor patiënten die geïnfecteerd zijn met
D.fragilis. Clioquinol, in een dosering van driemaal daags 250 mg gedurende 10 dagen, is bij circa 75% van de patiënten effectief.
Paromomycine (Humatin) driemaal daags 500 mg gedurende 5 dagen zou volgens de literatuur een effectiviteit van 100% geven. Let op: dit zijn verouderde gegevens: de effectiviteit van paromomycine is 75% bij gebruik van 7 dagen.
Omdat bij de behandeling met paromomycine meer bijwerkingen, zoals diarree, buikpijn en misselijkheid, worden gezien, heeft clioquinol de voorkeur. Bij falen van deze behandeling kan dan eventueel alsnog paromomycine worden gegeven.
Behandeling met tetracycline of metronidazol, in de literatuur genoemd als behandeling voor infecties met D.fragilis, is zeer waarschijnlijk minder effectief dan behandeling met clioquinol of paromomycine.

Op dit ogenblik, januari 2011, is de voorgeschreven dosering clioquinol 3 x daags 250 mg gedurende 10 dagen: 75% effectief; paromomycine 3 maal daags 500 mg gedurende 7 dagen: 75% effectief.

LITERATUUR
1 Pannekoek JH. Neurotoxische verschijnselen na clioquinol (Enterovioform). Ned Tijdschr Geneeskd 1972;116:1611-5.
2 Geneesmiddelen zomerdiarree uitsluitend op recept. Ned Tijdschr Geneeskd
1972;116:1307.
3 Wolffers I. De geschiedenis van de quinolinen. Ned Tijdschr Geneeskd
1985;129:1246-9.
4 Van Gool T, Dankert J. Drie opkomende protozoaire infectieziekten in Nederland:
Cyclospora-, Dientamoeba- en Microspora-infecties. Ned Tijdschr. Geneeskd 996;140:155-60.
5 Drug evaluation paromomycine.Micromedex, 2000. Weblocatie www.micromedex.com. Geraadpleegd
2000 apr 6.